Openingswoord door voorzitter Jochems van het Museum

Oud voorzitter Cor Romboouts

Cor Rombouts heeft het lint doorgeknipt

Burgemeester Iz Keijser ook onder de aanwezigen

Mevr de Jaeger en haar dochter in gesprek met Gerard Kuijpers

Oud Burgemeester Hartman en zoon Berry in gesprek met Toon Peperstraten links

Diverse genodigden, op de rug gezien André Rennen

Koosje Beckers (links) in gesprek met Annie Graumans

links Guus Bakx in gesprek met Petra van Dijk, geheel rechts Gepke Bakx

Bureau Burgemeester van Rijsbergen

links de eerste Burgemeester van Rijsbergen Rubert en rechts de laatste Burgemeester van Rijsbergen Nico de Jaeger

Pet van de Gemeentebode van Rijsbergen

links Jan Kruitbosch in gesprek met Kees Martens

Op donderdag 9 november werd het nieuwe Museum de Weeghreijse officieus geopend.

In zijn openingswoord dankte voorzitter Jochems de Heemkundige Kring voor het inrichten van de eerste tentoonstelling. Ook werd er dank uitgesproken aan het adres van Zorg voor Wonen voor het gedurende vier jaar gratis beschikbaar stellen van de ruimte.

Voordat Cor Rombouts de opening verrichtte sprak de voorzitter van de Heemkundige Kring Frieda Gouwetor, de volgende woorden:

Vandaag is het een dag met een enigszins nostalgisch tintje: want velen die hier vanmiddag zijn hebben hele persoonlijke bindingen met dit gebouw, als ambtenaar of als bestuurder. Herinneringen zullen worden opgeroepen bij het binnentreden in de ruimtes en het zien van de foto´s.

Maar ook voor bestuursleden van museum en heemkundige kring is het een bijzonder moment. Want hoeveel jaren gingen voorbij zonder een eigen ruimte? Met spullen overal opgeborgen, niet meer te bereiken, verspreid, en soms onvindbaar? Het is onze vorige voorzitter Cor Rombouts die vandaag hier wel een speciaal gevoel zal hebben. Wij allen, maar hij in het bijzonder heeft geleden onder deze situatie.

De maquettes van Zundert en Rijsbergen zoals de dorpen er uitzagen rond het einde vande 18de eeuw zijn in ere hersteld. Tal van foto´ zijn te bezichtigen, de oudste van de periode toen het gebouw nog de openbare lagere school was voor 1923, foto´s van de inrichting van de kamers waar wij ons nu bevinden, en attributen die aan deze verschillende periodes herinneren.

In de burgemeesterskamer zien we de portretten van de eerste burgemeester in dit gebouw, burgemeester Rubert, en de laatste in de rij: burgemeester de Jaeger. Menig vertrouwelijk gesprek is hier gevoerd. Menige zucht geslagen: en handenwrijvend opgekeken naar de woorden. WIE SAL ´T MAEKEN DAT NIEMAND ´T KAN LAECKEN”.

Boven de schouw zijn vijf scčnes uitgebeeld uit de fabel van La Fontaine: de molenaar, zijn zoon en de ezel. Het verhaal gaat zo:

De molenaar en zijn zoon zijn op weg naar de markt om de ezel te verkopen. Om hem te sparen hangen zij hem op aan zijn poten en wandelen zo naar de markt. De eerste die dit zag barstte in lachen uit: de grootste ezel is niet degene die men denkt!

De molenaar ziet zijn domheid in, zet de ezel weer op zijn poten en zet dan zijn zoon er op. Hijzelf volgt er achteraan. Drie kooplieden passeren: wat is dat nu, jij jongeman, jij stapt af en laat de oude zitten. Schaam je.

De zoon stapt af en nu klimt zijn vader op de ezel. Drie meisjes komen langs: wat een schande! Die ouwe zit daar als een bisschop, de nietsnut, en die jongen maar sjouwen.

De molenaar trekt het zich aan en laat nu ook zijn zoon zitten, voorop de ezel. Enige tijd weer voorbijgangers! Die mensen zijn dwaas, kijk eens hoe ze die ezel afbeulen. Hij zal nog bezwijken.

En beiden stappen af, nu loopt de ezel voor hen uit. Dan merkt een man op: is dat tegenwoordig zo? Dat een ezel z´n gemak kan houden en dat de mensen het ongemak moeten nemen? Ze verslijten hun schoenen en sparen hun ezel!

Ieder die in het publiek domein z´n nek uitsteekt weet dat hoe je het ook doet, je doet het nooit goed, altijd komt er commentaar.

Nog ruim een maand en het is 10 jaar geleden dat de functie van dit gebouw als gemeentehuis van Rijsbergen verloren ging. Velen ging dit aan het hart, een vertrouwd beeld bleef, maar je had er niets meer te zoeken. De deur was dicht gegaan.

Wat zou de toekomst kunnen worden? Vele plannen gesmeed, soms ook het ergste gevreesd, want het verval zette in, en werd steeds meer zichtbaar. Maar de omkering kwam, Zorg voor Wonen heeft met de restauratie laten zien dat zorg ook geldt voor de woonomgeving, want die wint er in de eerste plaats bij wanneer er interessante en waardevolle objecten zijn die de ruimtelijke structuur en de sociale samenhang versterken.

Verheugd zijn museumbestuur čn de vereniging “De Drie Heerlijkheden” dat in nauwe samenwerking de eerste stappen zijn gezet om tot een interessant centrum te komen. Na verhuizing en voorlopige inrichting is deze bescheiden tentoonstelling opgezet die zich richt op de geschiedenis van het gebouw. Van openbare lagere school naar gemeentehuis voor Rijsbergen, naar historisch en heemkundig museum voor de hele gemeente Zundert.

We staan aan het begin van een nieuwe opbouwende fase met ons museum. Er moeten nog vele stappen worden gezet maar voor ons opent zich een toekomst met vele mogelijkheden. Heemkundige Kring en Museum willen hun kennis en kracht bundelen om zo sterk mogelijk dit proces te doorlopen en daarmee tot een levend centrum te komen dat niet alleen achterom kijkt maar ook de blik naar voren richt om steeds een verbinding te kunnen leggen tussen het heden en verleden.  De deur is weer open.

Frieda Gouwetor

9 november 2006

Onder de aanwezigen waren naast de Bestuursleden van de Heemkundige Kring ook de oudgedienden die al diverse malen de verhuis van de museumspullen hadden meegemaakt.

Oud Burgemeester Hartman en Mevrouw de Jaeger waren voor deze gelegenheid eveneens uitgenodigd.
Cor Rombouts, oud voorzitter van de Stichting Museum, werd verzocht om een lint door te knippen.
Nadat Burg Iz Keijzer ook een lokaal geopend had, kon iedereen de tentoonstelling gaan bekijken.

De tentoonstelling "Van School naar Museum" is deze maand (behalve op maandag) van 14.00 tot 17.00 uur te bezoeken in het Museum de Weeghreijse Sint bavostraat 18 te Rijsbergen.